De Mol de aftrap gegeven van de Doe Eens Goed Gek campagne, gericht op jongeren met een verhoog

De Mol de aftrap gegeven van de Doe Eens Goed Gek campagne, gericht op jongeren met een verhoog

Uit onderzoek is gebleken dat het zoeken naar hulp door jongeren met een verhoogde mate van psychosegevoeligheid verbeterd kan worden door interventies die zich richten op het gebrek aan feitelijke informatie over de psychische aandoening.

Daarnaast kunnen interventies die de sterk negatieve reacties ten opzichte van mensen met een psychische aandoening doen verminderen een positieve bijdrage leveren.

De ‘Doe Eens Goed Gek’ campagne probeert de grote onwetendheid rondom psychosen weg te nemen. Een betere beeldvorming draagt bij aan een positiever beeld over jongeren met een verhoogde mate van psychosegevoeligheid en kan zodoende het bestaande (zelf-)stigma doen verminderen.

Prof. dr. Jim van Os geeft, als psychiater verbonden aan Maastricht UMC, leiding aan een klinisch onderzoeksteam wat is ondergebracht in de bekende School for Mental Health and Neuroscience. Hij stelt dat 100% van de mensen gevoelig is voor psychotische verschijnselen en dat één op de vier personen hier gedurende zijn leven, in meer of mindere mate, last van gaat krijgen. Dit betekent dat er in Nederland jaarlijks gemiddeld 3.000 mensen getroffen worden door een eerste psychose, vaak op jongvolwassen leeftijd.

De bewustwordingscampagne bestaat uit twee korte filmpjes getiteld ‘Gek op Sofie!’. Hierin nemen bekende Nederlandse acteurs Johnny de Mol en Géza Weisz, tijdens een date met Sofie, de bestaande vooroordelen en het stigma over psychoses op de hak. Daarnaast is, in samenwerking met experts en ervaringsdeskundigen, de documentaire ‘Wie is Sofie?’ ontwikkeld. In een tien minuten durende documentaire wordt dieper ingegaan op de aanleiding van de campagne en de noodzaak van een betere bewustwording rond psychosegevoelige jongeren zoals Sofie.

Een psychose is een mengbeeld van vijf verschillende soorten ziekteverschijnselen. De één heeft gevoelens van wantrouwen, de ander hoort stemmen en weer een ander heeft last van stemmingswisselingen; van somber en traag (depressie) tot abnormaal uitgelaten en hyperactief (manisch). Onvoldoende motivatie om dagelijkse taken uit te voeren (motivatieproblemen); een gebrek aan aandacht en concentratie of een verminderd plannings- en leervermogen (cognitieproblemen) kunnen de patiënten kenmerken. Allemaal hebben ze een psychose, maar elk met een unieke mix van de symptomen.

Tijdens een psychose kunnen er geluiden, beelden, ongefundeerde heftige angsten of achterdocht 'bijkomen', die alleen de patiënt hoort, ziet of voelt en voor een ander dus 'niet echt' lijken. Tegelijkertijd kunnen er dingen 'kwijtraken' die voor anderen vanzelfsprekend zijn: zoals het relativeringsvermogen, dag- en nachtritme, en/of het vertrouwen in andermans bedoelingen. Een combinatie van deze heftige ervaringen kan de psychosegevoelige jongere in de war en uit balans brengen. Wanneer iemand meerdere psychoses heeft gehad, wordt dat wel ‘schizofrenie’ genoemd.

Deze term is echter, mede door de vooroordelen die ermee samengaan, met de tijd erg beladen geworden. De term ‘psychosegevoeligheid’ wordt dan ook door een toenemende groep behandelaren en patiënten passender gevonden en steeds vaker gebruikt in plaats van schizofrenie.

Artikelbron

Partners: GGZweb